Hofrijtuigen van de B.O.B.  4

Model van de B.O.B Salonrijtuig A3f eerste classe

Dit is deel 4 van het verhaal over koning Ludwigs incognito hofrijtuigen van de B.O.B. (1858-1875) en hoe je ze bouwt opZ: De heer Adler en mevrouw Taube.

Kleine deurtjes

In 1874 bouwde de B.O.B. een derde A-rijtuig, nummero 28 ofwel A No3. Maar in het ontwerp blijken vier stoelen in het salon te zijn weggekruist, waarom? De foto toont rijtuig A No3, nog hoog glanzend in zijn eerste toestand.

B.O.B Salonrijtuig A 3f eerste classe

Aan de afgebeelde kant zie je vier kleine deurtjes net boven de vloer, één bij de geleidecoupé, de andere drie in het salon. Die zijn ook in het hier onder afgebeelde model overgenomen.

Model van de B.O.B Salonrijtuig A3f eerste classe

Zo’n zelfde deurtje is op een (VAN) tekening uit 1888 aan de andere kant van het rijtuig te zien, links in de geleidecoupé. Die deurtjes bevinden zich altijd op de plek waarachter vaste zitplaatsen zijn gemaakt. Dus moet het hier wel gaan om kastjes met “chemisch bereide kolen“. Vreemd genoeg toont de tekening van de OostBaan onder alle stoelen ook al de armaturen voor stoom-verwarming. In een ambtelijk (VAN) rijtuigverslag van 1897 staat voor de halve geleidecoupé (niet voor het salon) een aantekening: “behalve stoom ook briketverwarming.” De treinbegeleider reed vaak alleen terug en moest dan de stoom-verwarming ontberen.

Tekening van de B.O.B Salonrijtuig A3f eerste classe


Mevrouw Taube en de heer Adler gaan er met een pronkslede op uit bij de Falckenhoff. Het is daar wel ijskoud, zegt ze. Gelukkig is er nu verwarming in de trein. „Regelhandel open!“ roept heer Adler trots alsof hij die verwarming zelf heeft bedacht.“

lampen

Aan het ontwerp van 1874 blijken er voor rijtuig A No3 extra lampen te zijn toegevoegd, maar die zijn niet in een lijst opgenomen, waarom? Ook de belichting was zoals vermeld niet volgens plan uitgevoerd. Dat is altijd een problematisch aspect rond historische tekeningen. Volgens een schets van 1888 werd ook van rijtuig A No3 het interieur omgebouwd. Met name het salon leek daarna op de beide eerdere rijtuigen A No1 en A No2. De kopie is helaas onvolledig maar toont wel de essentie. De toiletcoupé is totaal veranderd. Bovendien is het nu zeker dat er stoomverwarming onder de stoelen is geïnstalleerd, want zelfs de regelhandel is als detail ingetekend.

Ludwig II in de bocht

Tekening van de B.O.B Salonrijtuig A3f eerste classe

We nemen voor de logica maar aan dat een schrijven van 1876 ook over dit derde rijtuig A No3 gaat. Het behandelt de aanschaf van rijtuigen voor Zyne Koninklyke Majesteit Ludwig II. Hij gebruikte voor zijn incognitoreizen namelijk de niet al te opvallende groene salonrijtuigen uit het algemene wagenpark:

“...dog de Rytuigen ook zóodanig zyn te construeeren dat Dezelven op alle Hoofdlynen zonder meer kunnen verkeeren. Wy hebben specifyk eene Wielstand van slegts 3,66 Meter aan genoomen welke den Overtogt des Rytuigs zelfs over Eger mogelyk maakt. Hierdoor is ons een meerder Voordeel gewassen, dat wij voor deze Route, voor welke wy tot heeden slegts één benutbaar Rytuig hadden, een tweede verkrygen, daar het te vervaardigen Rytuig zo worde ingerigt, dat het zonder meer voor het algemeene Verkeer kan worden benut.” (KBE Nr. 19041).

Het interieur van de A No3

Dit verklaart ook dat later, tussen 1891 en 1897 de wielbasis van dit Oostbaanrijtuig A No3 alsnog werd verlengd naar 4800mm. Hij was voor de oorspronkelijke trajecten niet meer nodig. Inmiddels waren er betere 3-assige salonrijtuigen en zelfs de eerste met draaistellen. Ik zal dus een stadium moeten kiezen waarin ik mijn A No3 opZ maak. Om in de tijd te passen dat zich het verhaal op station Thalbrück afspeelt zal ik waarschijnlijk kiezen voor de kortere wielbasis. Daarmee gaat rijtuig A No3 dus afwijken van A No1 en A No2 wat de trein alleen nog maar interessanter maakt. Nu vond ik een wielbasis van 4086:220 = 18,6mm al heel klein. De wielbasis van de A3 3660 mm is opZ maar 16,6 mm. Het is de vraag welk Z-wagentje zich leent om tot zoiets korts te worden omgebouwd.

Lees verder in: Hofrijtuigen deel 5