VW-railbus wordt tramVW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220

Weet je nog in januari 2019? In Märklin 160 jaar werd de diplorrie Klv 20 van de DB voorgesteld, het technische wondertje van Märklin uit periode III (88025):

Diplorrie klv20 van de DB ofwel VW-bus T1 op rails.

Hij was 21,7mm lang en daarmee wel wat groot voor een vw-bus opZ. Maar goed, hij was voorzien van een klokankermotortje en dat maakte alles goed.

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220

Die wilde iedereen wel hebben en opeens was hij er. Weliswaar viel hij een beetje anders uit dan werd verwacht. Hij had een dikke dakdoos en oogverblindend witte ramen, maar toch... 't was een klein mirakel en wat liep hij mooi!

Een paar minuten...

Daarna bleef hij stationair draaiend staan met een slippend snaartje en was het uit! Daar was ik niet tevreden mee. Na lang poetsen en experimenteren haalde ik diep adem en besloot hem te opereren (lees: VW-railbus rijdend maken). Het snaartje bleek door de pulley op de achteras vet gesmeerd en draaide dus solo rondjes. Ik ontvette de hele zaak, inclusief de pulleys en behandelde ze heel zuinig met een siliconen smeermiddel. Daarna draaide de klv20 weer heel gehoorzaam zijn rondjes.

Periode I

Nu ligt mijn interesse vooral in periode I en daarvoor had ik hem aangeschaft. Ik wilde namelijk een paarden- of stoomtrammetje rondjes door de stad laten rijden. Ik toog naar de 'tekentafel' en vertaalde een heuse Strassburgse stadstram naar mijn eigen Thalgause wereld. Dat was een hele klus, maar met veel gepriegel ontstond er een acceptabel model opZ. Hij was wel te hoog, maar mijn eerste prototype liep prachtig!

Een paar minuten...

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220

Toen lag hij naast de rails en werd te licht bevonden. Ik tekende hem opnieuw en voorzag een tweede prototype van meer gewicht. Dat pakte al veel beter uit. Dus bouwde ik een bijwagen en hing die erachter. Ik zette ze samen op de rails en zo liepen ze...

Dus niet!

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220

Nóg te groot

Er kwam een derde, een vierde en een vijfde prototype met nog meer gewicht of een kortere wielbasis om hem beter te laten sporen, maar het setje bleef obstinaat bochten negeren of gewoon stilstaan. Nu duurde het een hele tijd voor het Thalbruckse florijntje bij mij viel: ondanks het gepriegel waren ze nóg te groot. Na de zoveelste tekening bouwde ik weer een kleiner trammetje met bijwagentje, herhaalde nog eens de liposuctie-operatie en zette ze achter elkaar voor de rit en...

Het werd dus helemaal niks!

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220

Maar toevallig schoot de koppeling los. Het trammetje reed om, botste op de bijwagen en begon die vrolijk rondjes te duwen over mijn proefbaantje. Ik keek met enigszins open mond van verbazing toe. Het bleek prachtig te gaan, maar natuurlijk wel helemaal achterstevoren.

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220
Conclusie

Mijn conclusie was om het jasje van de bijwagen om de motor heen te bouwen en het motorloze trammetje te laten duwen. Dat werkte feilloos. Ik zette er een trammachinist op en nu is het een succes! Zet je hem naast de bekende Br89 dan zie je opeens hoe klein mijn stadstrammetje is. Ik heb hem afgewerkt en gedetailleerd en na niet minder dan zeven prototypen prompt nog een tweede gebouwd voor mijn Z-collega Gonard.

Nu nog even een stadsdiorama maken!

VW-raibus wordt een tram | spoor Z 1:220